Brainstormen doen we veel bij Marcommit. Creativiteit staat dan ook hoog in het vaandel. Nieuwe jaarplannen, campagne-ideeën, ludieke lanceringen, en out-of-the-box-blogs, wij zetten onze tanden erin! Brainstormen is echter een vak apart. Met creativiteit alleen kom je er namelijk niet. Het is een heel proces. Wat heb je allemaal nodig voor een goede brainstorm? Er zijn een aantal logische, en wat minder logische essentials voor een goede creatieve sessie. Hoewel je het eigenlijk nooit verkeerd kan doen, kan het helpen om een stappenplan te hanteren. Zie hier, de 4 fases van een goede brainstorm!

1. Voorbereiden

Allereerst stel je het onderwerp vast. Er zijn tig redenen waarom een brainstorm nodig is. Dit kan een probleem zijn (fileleed oplossen), of misschien een doel dat je graag wilt bereiken (een gaaf campagne-idee). Vervolgens zorg je dat je voldoende informatie hebt om de sessie te starten. Weet je genoeg om de situatie te begrijpen? Is het onderwerp en doel of probleem helder?
Dan heb je nog de factor mensen. Zoek de juiste metgezellen: mensen met kennis van het onderwerp en het doel dat bereikt dient te worden. Zorg daarnaast voor de ‘onjuiste’ mensen. Degenen die juist niets van het onderwerp afweten. Zij hebben een frisse blik en zijn nog niet gekleurd. Als laatste is het belangrijk om genoeg tijd in te plannen. Het kan, maar een gaaf idee bedenk je meestal niet binnen 5 minuten. Plan daarom minimaal 1,5 uur in met je team, en realiseer je dat dit misschien nog niet goed genoeg is. Alles geregeld? Dan kan de gekkigheid beginnen!

2. Divergeren

Kort door de bocht is dit de fase waarin je met ideeën gaat strooien. Dit lijkt makkelijker dan het is. Het is zelfs heel erg moeilijk. Om de creativiteit wat te stimuleren, zijn er een aantal technieken die je kunt gebruiken. Denk bijvoorbeeld aan associëren, waarbij je woorden roept die gerelateerd zijn aan elkaar (bank, stoel, tafel, onderzetters, glazen, mokken, koffie, etc). Of schrijf dingen op die er totaal niets mee te maken hebben (bank, wolken, tijger, verf, stoeptegel). Of neem een voorwerp en beschrijf de eigenschappen (een bank is groot, breed, zacht, zorgt voor ontspanning, staat op een tapijt, enzovoorts). Er zijn nog genoeg andere technieken. Duik er eens in en je zult zien dat je volgende brainstorm barst van de creatieve ideeën! Naast deze technieken zijn er nog een aantal andere factoren die creativiteit beïnvloeden. Lopen, fietsen, kantoortuinen, 62 verschillende kleuren post-its, dat soort fratsen. That’s up to you.

Om te komen tot die wilde ideeën, zijn er wel een paar basisprincipes om rekening mee te houden:

  • Let it go: AL-LES MAG. Het is belangrijk om iedere vorm van zinnigheid los te laten. Natuurlijk moet je uiteindelijk nadenken over de haalbaarheid van je idee. Het zou tof zijn om Obama, Kraantje Pappie en Donald Duck samen een choreografie te laten doen op een DJ-set van Hardwell i.s.m Metallica, maar de gemiddelde pessimist zou je vertellen dat dit geen haalbare kaart is. Ook het budget speelt een belangrijke rol in het bedenken van een tof idee of coole stunt (weet iemand wat het kost om Obama te laten dansen op je event?). Maar… neem deze stoorzenders niet mee in de eerste fases van je brainstorm. Laat die brainstormenliever in de volgende fase – waarin creativiteit minder belangrijk is – een donkere wolk vormen. ‘ja, maar’ is uit den boze.
  • Schaamteloos: Om tot écht wilde ideeën te komen, moet je namelijk schaamteloos zijn. Roep wat in je opkomt en schrijf alles op. Ook als dit enigszins rare opmerkingen zijn die doorgaans nog 3 weken de revue zouden passeren tijdens de lunch. Er zijn geen stomme vragen. Er zijn ook geen stomme ideeën (in de context van een brainstorm). Stel die choreografie met Donald Duck dus vooral voor in het bijzijn van je directeur. Wie weet leidt het tot het winnende idee, dan is het opeens zo gek niet meer. Lach een ander dus nooit uit. Je oordeel uitstellen is een van de belangrijkste regels van een creatieve brainstorm.
  • Voortborduren: Sterker nog. Borduur eerder voort op een gek idee dan een voor de hand liggend idee. Neem een andere invalshoek, of koppel twee of meerdere ideeën aan elkaar om zo tot een oplossing te komen voor het probleem. Daaruit vloeien vaak de meest prachtige ingevingen.

3. Convergeren

Ok. Je hebt een shitload aan ideeën. Leuk, maar dan? In de convergerende fase ga je de logicaknop weer omzetten en de kwaliteit van de ideeën beoordelen. Tijd, budget, haalbaarheid, gevoel en ratio nemen weer de overhand. Misschien had een idee toch niet de beoogde toegevoegde waarde, of kan het wettelijk gezien niet uitgevoerd worden. Dit kan een nare fase zijn, want dit betekent nogal eens dat je bereid moet zijn om die ideeën los te laten die je misschien zelf het leukste vond. Kill your darlings noemen we dat. Als je alle ideekillers hebt gehad, zal er niet veel meer over zijn. Je gaat de shortlist verder uitwerken om tot een finale keuze te komen. Wederom zijn er genoeg technieken om je te helpen om die keuze te maken. Simpelweg pro’s and cons afwegen is een prima optie. Ook kun je per idee punten toekennen aan bepaalde factoren (gevoel, haalbaarheid, kosten, risico, etc.). Kom je tot de conclusie dat er geen idee overblijft? Het spijt me, maar dan moet je terug naar stap 1 en de sessie opnieuw doen.

4. Go nuts!

Gefeliciteerd! Je hebt een fantastisch goed idee bedacht, waarvan je inmiddels ook weet dat het uitvoerbaar is en binnen de scope van het vooraf gedefinieerde probleem (of doel) valt. Nu rest het je enkel nog om volledig uit je plaat te gaan. Werk het volledig uit en stel het voor bij je collega, baas, klant, moeder of huisdier. Realiseer je: brainstormen kun je leren. Je hoeft geen verstrooide professor te zijn om briljante ingevingen te krijgen, als je de technieken maar kent die je een handje helpen. Vervolgens moet je oefenen, oefenen en oefenen. Ik ben benieuwd naar de wilde ideeën die hieruit voortkomen!