Er zijn twee soorten mensen: mensen die lezen wat er in een tekst staat en mensen die lezen hóe iets in een tekst staat. Drie hoeraatjes voor deze laatste club, want aanstaande zondag (4 maart) is het de dag van de grammatica! De dag dat alle taalfreaks (en ja, daar horen mijn Marcommit-collega’s en ik ook bij) massaal uitrukken om hun medemens te wijzen op grammaticale foutjes. Een klein onderzoekje binnen Marcommit liet al snel zien dat onze nekharen overeind gaan staan van verschillende grammaticale fouten. Maar welke fout spant volgens ons de kroon?

Op nummer 5 staat: ten alle tijden/ te allen tijde

Sommige woorden blijven lastig om te spellen. Er is iets vreemds mee. Ze wijken af van de uitspraak of men denkt dat ze anders geschreven moeten worden. Een voorbeeld hiervan is ‘te allen tijde’.
Om te onthouden: het blijft een vreemde spellingswijze, maar als we met elkaar onthouden dat de N in het midden moet, maken we deze fout ongetwijfeld nooit meer.

Nummer 4: als of dan

Groter als of groter dan? Het is een grammaticale fout die we regelmatig tegenkomen in de Nederlandse taal. Wanneer gebruiken we als en wanneer gebruiken we dan? Er is één regel:

  • De vergrotende of verkleinende trap = dan. Dus: hij is groter dan ik, zij lust minder eten dan ik.
  • Evenveel = als. Dus: hij is even groot als jij

Nummer 3: kunnen of kennen

Nog zo eentje waar we kippenvel (en dan niet in a good way) van krijgen: het verschil tussen kunnen en kennen kennen we niet. En dat terwijl de woorden allebei een compleet andere betekenis hebben:

  • Kennen betekent ‘onderscheiden, herkennen, vertrouwd zijn met en beheersen’ en heeft altijd een lijdend voorwerp bij zich. Bijvoorbeeld: ‘ik ken hem niet zo goed’.
  • Kunnen daarentegen betekent ‘mogelijk zijn, in staat zijn’ en is een hulpwerkwoord. In de zin staat dus ook altijd een infinitief. Bijvoorbeeld: ‘hij kan goed schrijven’.

Om te onthouden: mocht je het even zijn vergeten: kunnen is doen en kennen is… weten!

Nummer 2: hun of hen

Voordat we overgaan op de absolute winnaar (of is het een verliezer?), nog even aandacht voor nummer 2 op de ranglijst. Het verschil tussen hun en hen:

  • ‘Als je ‘aan’ voor hen kunt (!) zetten, is het ‘hun’: ik geef aan hen een sticker = ik geef hun een sticker.
  • Kan dit niet, is het ‘hen’: ik zag hen lopen en dus niet ik zag hun lopen.

En op nummer 1 staat: me of mijn

Of we het een winnaar of verliezer moeten noemen, weten we niet, maar we weten wel dat het verkeerd gebruik van het woordje ‘me’ ons Loesje taalallemaal doet aanslaan. Met maar liefst 54 procent van de stemmen is ‘dat cadeau heb ik van me zusje gekregen’ de allerergste grammaticale fout volgens ons. Hoe zorgen we ervoor dat deze voor eens en voor altijd uit ons systeem gaat? Als het aan ons ligt, is dat zo gepiept:

  • Als het om bezit gaat is het altijd mijn.
  • Als je het kunt vervangen door mij, kun je me gebruiken.

Het is te allen tijde mogelijk dat er grammaticale foutjes insluipen. Maar het is meer dan onnodig. Kennen we mensen bij wie we de grammatica kunnen verbeteren? Wijs hen dan op deze blog en dan weet ik zeker dat ik me geen zorgen meer hoef te maken!